Overzicht POV Piping verkenningen

Om de doelstellingen van de POV piping te realiseren zijn verkenningen gedefinieerd. Dit zijn grotere of kleinere onderzoeksprojecten, waarin per verkenning een specifiek onderwerpen wordt uitgediept. De onderwerpen en activiteiten variëren sterk, van zeer gedetailleerd grondonderzoek, tot interviews met een breed scala aan ervaren dijkenspecialisten.

Verkenning 1 Indringingsweerstand

Eén van de parameters die nu nog weinig wordt gebruikt en waardoor mogelijk te conservatief wordt gerekend is de indringingsweerstand (bv sliblagen in waterpartijen, voorlanden waar te weinig klei zit om ze mee te laten tellen in de kwelweg). Het onderzoeken van deze parameter kan toegevoegde waarde hebben in het optimaliseren van pipinganalyses.

Verkenning 2 Proeftuin Mastenbroek

In deze pilot combineren we historisch, geofysisch en geotechnisch onderzoek. Doel van de pilot is na te gaan of de integratie van die onderzoeken leidt tot een beter beeld van de kans op piping. (Waterschap Groot Salland).

Verkenning 3 D70 en KD

We onderzoeken één of twee dijkvakken in Dijkring 43. Deze dijkvakken scoren slecht op piping. Hier wordt gedetailleerd gekeken naar de belangrijkste parameters in het pipingmodel (zandgrofheid en doorlatend-heid). Doel is om voor deze parameters de waarden vast te stellen en na te gaan wat de invloed is op risico(bepaling) voor de Dijkring. Hierbij worden zowel VNK2 als het nieuwe toetsingsinstrumentarium WTI2017 betrokken. (Waterschap Rivierenland)

Verkenning 4 Grebbedijk, positieve kwel

Bij hoogwater zijn hier op twee locaties zandmeevoerende wellen gesignaleerd. Op grote afstand in het achterland. Het waterschap wil inzicht in de lokale geohydrologische situatie om voor de komende toetsing antwoorden te hebben op het gevaar van de zandmeevoerende wellen. De verwachting is dat we met een pilot inzicht krijgen in de invloed die een stuwwal in de nabije omgeving heeft op de kwelstroom. (Waterschap Vallei en Veluwe)

Verkenning 5 Duurzame monitoring grond- en oppervlaktewater bij dijken

Voor het nauwkeurig en locatiespecifiek toetsen is een goed beeld van het verloop van de grondwaterstanden en tegelijk het verloop van de binnen en buitendijkse (rivier) oppervlaktewaterstanden essentieel.

Verkenning 6 Acceptatie drainagesystemen

Drainagesystemen kunnen een reëel alternatief zijn voor traditionele dijkversterkingsmaatregelen In deze pilot wordt samen met waterbeheerders gekeken naar de aspecten (met name waterbezwaar, beheer en duurzame werking) die spelen bij de toepassing van drainagetechnieken. Op basis hiervan stellen we aanbevelingen op die de introductie van drainagetechnieken bevorderen. De interactie/dialoog met de waterbeheerders concentreert zich op de waterbeheerders Rivierenland, Groot-Salland en Vallei en Veluwe. (Rijkswaterstaat GPO)

Verkenning 7 Sondeertechniek

De innovatieve Hydraulic Profiling Tool (HPT)-sondeertechniek is ontwikkeld binnen het milieuwerkveld. Met de HPT-techniek kunnen we een scherper beeld krijgen van de (variatie in) doorlatendheid van de bodem. Zo kunnen we nauwkeuriger het pipingrisico bepalen bij dijken.

(Waterschap Aa en Maas, Fugro Geoservice en Deltares)

Verkenning 8 Zandmeevoerende wellen

Informatie volgt.

Verkenning 9 LiveDijk Willemspolder

Om het concept van Verticaal Zanddicht Geotextiel (VZG) verder te ontwikkelen wordt de LiveDijk Willemspolder ingericht. Dit is een zomerkade die regelmatig wordt belast door hoogwater en waar zandmeevoerende wellen ieder jaar optreden. Doel is om te komen tot betere ontwerptoepassingen, monitoringseisen en uitvoeringseisen voor VZG. (Waterschap Rivierenland)

Verkenning 10 Afwegingsmethodiek

De POV Piping levert ook een afwegingsmethodiek op. Hieruit kunnen we integrale, risicogebaseerde, gebiedspecifieke en doelmatige maatregelen afleiden voor pipingproblemen. Met de afwegingsmethodiek kunnen verschillende alternatieven eenvoudiger worden beoordeeld.

Verkenning 11 a Werkwijzer Piping

Doel van deze verkenning is om een doorontwikkeling te maken van verise 1 van de Piping werkwijzer (opgesteld door expertteam Piping).

De tweede versie van de Werkwijzer ‘Piping bij Dijken’ bevat voorbeeldcasussen waardoor theorie en (lokale) praktijk dichter bij elkaar komen. De theorie uit het ORZW en andere bronnen wordt dus praktisch toepasbaar, met oog voor de werkelijke situatie ter plekke en de beleving van de waterbeheerder. De aard en omvang van het lokale pipingprobleem kan eenduidiger worden ingekaderd en leidt niet tot over- of onderschatting.

Verkenning 11 b Veiligheidsoordeel waterbeheerder

In deze verkenning willen we het veiligheidsoordeel van de beheerder zichtbaar maken en de meerwaarde ervan bewijzen. Hiervoor worden verhalen uit de praktijk gehaald. Er volgt een voorstel hoe de meerwaarde te borgen in werkwijzen en procedures. Daarbij gaat het om de ervaringskennis goed toe te passen, maar ook door te geven (leren).

Verkenning 12 DMC techniek

In deze verkenning wordt mogelijke maatregel getest tegen waterveiligheidsproblemen bij dijken. In de IJsseldijk nabij Veessen wordt een pilotproject uitgevoerd met het Dijkmonitoring en -conditionering (DMC) Systeem, dat erosie van de dijk voorkomt. Het DMC0systeem meet waterspanning en temperatuur in een horizontale drainagebuis in het dijklichaam. Het is een beproefde techniek , mar nog niet eerder ingezet om piping tegen te gaan. (Waterschap Vallei en Veluwe).

Verkenning 13 Innovatie uit de markt

De POV Piping technische en procesinnovaties beter toepassen. Er zijn een aantal belemmeringen: er zijn geen duidelijke uitgangspunten en spelregels. Dat maakt acceptatie lastiger. Voorschriften zijn vaak te gedetailleerd waardoor er weinig ruimte voor experimenteren is. Ook zijn innovaties lastig te combineren met een traditionele manier van aanbesteden. Deze pilot met een open benadering van de markt is er voor bedoeld om een proces te ontwerpen waarbij bovenstaande belemmeringen worden weggenomen. (Taskforce Deltatechnologie en Deltares)

Verkenning 14 Waterontspanners

Informatie volgt.

Verkenning 15 Grind en leem

Deze pilot heeft tot doel om de invloed van grind- en leemlagen op het mechanisme piping in kaart te brengen. Er wordt gekeken naar de invloed van grind- en leemlagen op de grondwaterstroming onder de dijk en naar de materiaaleigenschappen van de aanwezige leemlagen. (Waterschap Peel en Maasvallei ism Arcadis)

Verkenning 16 Tijdsafhankelijkheid

Binnen dijkring 32 wordt specifiek gekeken naar het effect van tijdafhankelijk op de stijghoogte in en onder de dijk. Hiervoor is lokaal grondonderzoek nodig in combinatie met peilbuismetingen. Het doel is het kwantificeren van het effect van de tijdsafhankelijkheid en vaststellen onder welke voorwaarden deze reductie in rekening kan worden gebracht. Ook wordt onderzocht in hoeverre er een relatie is tussen het effect van tijdafhankelijkheid en de andere belangrijke parameters zoals de zandgrofheid (D70), de doorlatendheid en de dikte van de watervoerende zandlaag. (Waterschap Scheldestromen).

Verkenning 17 Ontstaan van wellen

Doel van de verkenning is om op basis van temperatuurmetingen , hydrochemische- en isotopenanalyses en analyses van het meegevoerde zand vast te stellen of bij een wel sprake is van piping en de mate waarin deze is voortgeschreden. Er wordt een meetstrategie opgesteld om bestaande wellen en/of nieuwe wellen te monitoren op ontwikkeling van piping. Veldwaarnemingen en modelberekeningen dragen bij aan het ontwikkelen van tijdige en gerichte maatregelen voor wellen die aangemerkt worden met een verhoogd risico. (Waterschap Rivierenland)

Verkenning 18 Gebiedsproces Zwartewater

Deze verkenning wil in beeld brengen welke kansen er liggen om gewenste ruimtelijke ordeningsmaatregelen te combineren met technische maatregelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de nieuwe toetsvoorschriften 2017 en de te verwachten nieuwe norm voor waterveiligheid van de Zwarte Water dijken (Deltaproof oplossing).(Waterschap Groot Salland)


Bijlage(n)



Plaats een bericht



CAPTCHA Image
Reload Image