Kennismaken met verkenning Heterogeniteit

De verkenning Heterogeniteit heeft groen licht gekregen. Tijd voor een nadere kennismaking met de verkenning. 5 vragen aan Laura Taal van Waterschap Rivierenland en Rimmer Koopmans van Arcadis.

Sellmeijer kan niet goed worden toegepast op zand dat sterk in grootte varieert




Wat was het voortraject om te komen tot een verkenning heterogeniteit?

Het voortraject bestond uit meerdere onderzoeken met een focus op bepaling van de zandgrofheid. In 2012 is door ARCADIS en Hogeschool Van Hall Larenstein de eerste zogenaamde proeftuin aangelegd bij Veessen. Daarna zijn bij Lathum, IJzendoorn, Veecaten en Cortenoever proeftuinen aangelegd met elk een ander accent. In deze proeftuinen is intensief grondonderzoek gedaan in een raster van 75x75 meter. Om de 5 meter is een handboring gedaan en een zandmonster genomen. Hieruit bleek dat het zandkorrelgrootte bij rivierzand sterk varieert en bij dekzand juist niet. De nieuwe rekenregel van Sellmeijer kan niet goed worden toegepast op zand dat sterk in grootte varieert, terwijl deze variatie waarschijnlijk wel voor een grotere sterkte van de ondergrond zorgt. Hieruit kwam de vraag naar voren wat precies de invloed is van een heterogene ondergrond en welke sterkte dit oplevert om de factor heterogeniteit mee te nemen in de pipinganalyse.


Wat gaat er bij deze verkenning precies onderzocht worden?

In deze verkenning wordt gezocht naar praktische handvatten om een heterogene ondergrond mee te kunnen nemen in de pipinganalyse. Tot nu toe zijn er geen rekenregels of statistieken die dat faciliteren. Sterker nog de regels zijn zo dat een heterogene ondergrond strafpunten oplevert en dat is niet terecht.

Hoe gaan jullie dat onderzoeken?

1. Karakterisatie van de heterogene ondergrond: Met geologische kennis kan al een inschatting worden gemaakt wat de bandbreedte is van de heterogeniteit. Zo bestaat het zand van een riviergeul altijd uit zandkorrels variërend van fijn grind (beneden in de stroomgordelafzetting) tot aan fijn zand (boven in de stroomgordelafzetting). Ook de voorkomens van grindbanken komen voor volgens geologische wetmatigheden. In dit deelonderzoek wordt onderzocht of deze wetmatigheden toegepast kunnen worden.

2. Met proeven op ‘echt’ zand: In de Delftse laboratoria zullen pipingproeven worden uitgevoerd onder een glasplaat met zand zoals dat buiten ook echt bestaat en niet met metselzand of speelzand dat bij de bouwmarkt te koop is. Hiermee kan aangetoond worden hoeveel sterkte heterogeen zand extra heeft.

3. De invloed van heterogeniteit wordt ten slotte gemodelleerd in een grondwaterstromingsmodel DgFlow, waarmee veel nauwkeuriger dan tot op heden gebruikelijk was de kans op piping berekend kan worden.

Wat levert de verkenning op? Hoe gaan jullie de kennis inbedden/verspreiden?

De resultaten en conclusies worden samengevat in een schematiseringshandleiding. Vanuit het WTI is al een schematiseringshandleiding geschreven, het document dat uit deze verkenning volgt is een aanvulling hierop.

Wie werken samen aan deze verkenning?

Arcadis, Deltares, Universiteit Utrecht en Waterschap Rivierenland


Bijlage(n)



Plaats een bericht



CAPTCHA Image
Reload Image