Hoe bepaal je hoe groot je pipingprobleem is?

“Toen we aan de slag gingen met de voorbereiding voor de HWBP-projecten, wisten we al dat we in 2017 te maken zouden krijgen met een nieuwe norm”, verklaart Maurits van Dijk, technisch manager bij het waterschap DODelta. “Zelfs zonder die norm was ons pipingprobleem al aanzienlijk, maar we hadden het gevoel dat we het probleem bleven onderschatten. We wilden natuurlijk anticiperen op de nieuwe norm. Dus zijn we in 2015/2016 al begonnen met een vervroegde verkenning, om de impact van de nieuwe norm in beeld te brengen. Hiervoor deden we ook extra veldonderzoek; een combinatie tussen geotechnisch en geofysisch onderzoek, met speciale aandacht voor de korrelgrootte.”

“In de analyse richtten wij ons op het beperken van de onzekerheden. Daarbij keken we naar drie typen onzekerheden: de geometrie, de bodemopbouw en de samenstelling; dus de karakteristieken van de bodemlagen en de waterdoorlatendheid. Per type zijn we die onzekerheid gaan afpellen. Het bleek door allerlei onderzoeken dat we de geometrie eigenlijk vrij nauwkeurig konden bepalen. Ook de bodemopbouw konden we door geotechnisch en geofysisch onderzoek goed gedetailleerd in beeld brengen. Met grote mate van zekerheid kunnen we bepalen hoe dik de deklaag is. Ook de bijdrage van deze onzekerheid nam steeds verder af. Type drie (de samenstelling van de bodem) bleef de meest onzekere factor. De samenstelling van de parameters van de zandlaag kunnen we alleen op puntlocaties bekijken. Ik ken geen enkele methodiek die vlakdekkend is. Je haalt iets naar boven, meet het, maar dan blijf je altijd alleen kennis houden van dat ene punt. Dat maakt het lastig.” 

Scenario-denken

“Vervolgens hebben we een methodiek toegepast die we hebben ‘afgekeken’ van de manier waarop het VNK de overstromingsrisico’s bepaald. We gingen in scenario’s denken, waarvoor we van de d70 en de doorlatendheid een gemiddelde waarde en een extreme waarde gebruikten. We rekenen bijvoorbeeld met een scenario waarin we met gemiddelde waarde rekenen voor de d70, met een kansbijdrage van 70%. Het scenario waarin we met een extreme waarde voor de d70 rekenen, heeft een kansbijdrage van 30%. Hoe we tot die verdeling komen is maatwerk, waarbij we alle beschikbare gegevens bij uit meerdere bronnen betrekken, zoals de database VNK, peilbuisgegevens, eigen metingen en puntgegevens. Als alles bij elkaar is verzameld, wordt het een kwestie van expert judgement. Met een grote groep experts bepalen we de kans van voorkomen van de waarde die we gevonden hebben. Hiervoor hebben we een werkwijze opgesteld.”

Veiligheid stapelen voorbij

“Onze dijken hebben we opgedeeld per 100 meter. Dat geeft ons 289 stukjes dijk in het geval van het project Zwolle-Olst. Daarop hebben we de scenarioberekeningen losgelaten. Per dijkvak kun je vier scenario’s krijgen, dus uiteindelijk heb je een enorme excelsheet. De onzekerheid die je hebt bij een stuk dijk zit verwerkt in die scenario’s. Je bent voorbereid op alle mogelijke situaties zeg maar. Het voordeel van deze analyse is dat de onzekerheid maar één keer wordt meegenomen. Zo stapelen we niet veiligheid op veiligheid. En benaderen we de waarheid rond het pipingprobleem in onze beleving het beste!” 

Hoe bepaal je hoe groot je pipingprobleem is? Zwolle


Bijlage(n)



Plaats een bericht



CAPTCHA Image
Reload Image