“Het is een complexe zoektocht, maar we moeten dóór!”

Rimmer Koopmans, geotechnisch expert bij Arcadis, verwacht dat grond sterker is en meer weerstand geeft dan we verwachten. Hij baseert deze mening op reeds gedane onderzoeken over heterogeniteit. Hoeveel soorten zand er in de ondergrond zitten en hoe die zandlagen zich hebben opgebouwd is belangrijke kennis om het piping-probleem te kunnen beoordelen. In de verkenning Heterogeniteit wordt de beschikbare kennis in de literatuur over wetmatigheden bestudeerd en wordt echt zand beproefd in het laboratorium van Deltares.

”Het is erg ingewikkeld om dit helemaal te doorgronden” meent Rimmer. “Al die zandlaagjes die ogenschijnlijk willekeurig in de ondergrond zitten. Niet alleen horizontaal, maar ook diagonaal. Niet één plek is daardoor hetzelfde. Schematisatie van de ondergrond is daardoor lastig. Vanaf 2011 is het onderzoek hiernaar geleidelijk ontstaan. Ooit begonnen door twee studenten die hun onderzoek ‘Zebra’s en Damborden’ noemden, een metafoor naar hoe zand voorkomt in de ondergrond.” 

Piping ondoorgrondelijk

Rimmer hield een pitch voor de POV Piping en kreeg akkoord deze heterogeniteit verder uit te zoeken, onder meer bij IJzendoorn [link site] en Mastenbroek [link site]. “De belangrijkste conclusie uit deze onderzoeken is toch wel dat de praktische bruikbaarheid van de Sellmeijer formule verder weg is dan we zouden willen. Piping blijft nog steeds ondoorgrondelijk. Ik zou dan ook willen waarschuwen dat als dijkwerkers het bestaande WBI volgen en daar resultaat uit krijgen, dat dit niet overeen hoeft te komen met de werkelijke staat van de dijk. We weten nog niet goed waar we wel op kunnen bouwen.”

Labproeven en computermodellen

Dat klinkt nog niet hoopgevend. “In Amerika proberen ze het niet eens meer om te begrijpen. Daar zeggen ze zeggen: het is zo complex, hier komen we niet uit, we leggen voor de zekerheid gewoon hele brede dijken aan. Die luxe qua ruimte hebben we in Nederland niet, dus wij gaan wél door met het zoeken naar betere inzichten. Dat doen we binnen deze verkenning nu met laboratoriumproeven. In vier proefopstellingen hebben we zand in verschillende grofheden in laagjes gestapeld. We gaan nu berekenen hoe die gelaagdheid invloed heeft op het pipingproces. Een volgende stap is dan om de proeven door te laten berekenen door een geavanceerd computermodel: DG-Flow. Dit model is nog geen vast onderdeel van het WBI. Het kan het begin van bewegen van de zandkorrels daadwerkelijk uitrekenen.” 

Einddoel nog niet in zicht

We willen de kennis die we opdoen met de labproeven verspreiden onder de dijkwerkers. Een rapport daarover verschijnt dit jaar nog. Ook zullen we dan een aanbeveling doen voor een verdere onderzoeksrichting. Het einddoel is natuurlijk een bepaalde formule waarmee we de ondergrond en het effect daarvan op het pipingproces kunnen berekenen. Dat doel is nu nog ver weg, maar...we komen elke dag een stapje dichterbij!”   


Bijlage(n)



Plaats een bericht



CAPTCHA Image
Reload Image